Uitgebreide collectie schilderijen 19e, 20e en 21e eeuw Taxaties Restauraties In- en verkoop      


Archief

Andersen Lundby, Anders Andersen-Lundby ..... (1841-1923), Andersen Lundby, Anders Andersen-Lundby is geboren op 16 december 1841 in Lundby bij Aalborg (Denemarken) en overleden in 1923. Hij heeft zich in de schilderkunst ontwikkelt in Kopenhagen en vanaf 1864 hier jaarlijks geexposeerd. Sinds 1876 is heeft hij zich gevestigd in München. Hij kenmerkte zich door het uitbeelden van uiterst fraaie winterlandschappen van een uitstekende kwaliteit. Zijn werk is te bewonderen in de musea van Kopenhagen, München en Triëst.

Buikema, A. Buikema, Albert Buikema 1949-1994 .......................................... ( 1 werk op voorraad), Buikema, Albert Buikema is geboren op 2 maart 1949 te Waddinxveen en op 45 jarige leeftijd overleden op 11 januari 1994. Hij was leerling van de Academies van Rotterdam en utrecht. Ook kreeg hij lessen van H.J. Wijngaard. Hij schilderde en tekende Kermissen, stadsgezichten, landschappen en ballerina's. Na zijn vestiging in Gorinchem schilderde hij steeds meer landschappen in de Betuwe.
Hij had een eigen manier van werken, die je duidelijk terugvindt in zijn schilderijen. In het begin waren zijn werken nogal donker van aard, maar later werd zijn werk zeer luchtig en blond van kleur.
Zijn werk is over de gehele wereld verkocht en Albert Buikema blijft nog steeds een zeer gewaardeerd kunstenaar
door het bijzondere euvre die hij nagelaten heeft.

Buikema, A. Buikema, Albert Buikema 1949-1994 .......................................... ( 1 werk op voorraad), Buikema, Albert Buikema is geboren op 2 maart 1949 te Waddinxveen en op 45 jarige leeftijd overleden op 11 januari 1994. Hij was leerling van de Academies van Rotterdam en utrecht. Ook kreeg hij lessen van H.J. Wijngaard. Hij schilderde en tekende Kermissen, stadsgezichten, landschappen en ballerina's. Na zijn vestiging in Gorinchem schilderde hij steeds meer landschappen in de Betuwe.
Hij had een eigen manier van werken, die je duidelijk terugvindt in zijn schilderijen. In het begin waren zijn werken nogal donker van aard, maar later werd zijn werk zeer luchtig en blond van kleur.
Zijn werk is over de gehele wereld verkocht en Albert Buikema blijft nog steeds een zeer gewaardeerd kunstenaar
door het bijzondere euvre die hij nagelaten heeft.

Buikema, A. Buikema, Albert Buikema 1949-1994 .......................................... ( 1 werk op voorraad), Buikema, Albert Buikema is geboren op 2 maart 1949 te Waddinxveen en op 45 jarige leeftijd overleden op 11 januari 1994. Hij was leerling van de Academies van Rotterdam en utrecht. Ook kreeg hij lessen van H.J. Wijngaard. Hij schilderde en tekende Kermissen, stadsgezichten, landschappen en ballerina's. Na zijn vestiging in Gorinchem schilderde hij steeds meer landschappen in de Betuwe.
Hij had een eigen manier van werken, die je duidelijk terugvindt in zijn schilderijen. In het begin waren zijn werken nogal donker van aard, maar later werd zijn werk zeer luchtig en blond van kleur.
Zijn werk is over de gehele wereld verkocht en Albert Buikema blijft nog steeds een zeer gewaardeerd kunstenaar
door het bijzondere euvre die hij nagelaten heeft.

Buikema, A. Buikema, Albert Buikema 1949-1994 .......................................... ( 1 werk op voorraad), Buikema, Albert Buikema is geboren op 2 maart 1949 te Waddinxveen en op 45 jarige leeftijd overleden op 11 januari 1994. Hij was leerling van de Academies van Rotterdam en utrecht. Ook kreeg hij lessen van H.J. Wijngaard. Hij schilderde en tekende Kermissen, stadsgezichten, landschappen en ballerina's. Na zijn vestiging in Gorinchem schilderde hij steeds meer landschappen in de Betuwe.
Hij had een eigen manier van werken, die je duidelijk terugvindt in zijn schilderijen. In het begin waren zijn werken nogal donker van aard, maar later werd zijn werk zeer luchtig en blond van kleur.
Zijn werk is over de gehele wereld verkocht en Albert Buikema blijft nog steeds een zeer gewaardeerd kunstenaar
door het bijzondere euvre die hij nagelaten heeft.


A. Andersen-Lundby verkocht


A. Buikema verkocht


A. Buikema verkocht


A. Buikema verkocht


A. Buikema verkocht

Buikema, A. Buikema, Albert Buikema 1949-1994 .......................................... ( 1 werk op voorraad), Buikema, Albert Buikema is geboren op 2 maart 1949 te Waddinxveen en op 45 jarige leeftijd overleden op 11 januari 1994. Hij was leerling van de Academies van Rotterdam en utrecht. Ook kreeg hij lessen van H.J. Wijngaard. Hij schilderde en tekende Kermissen, stadsgezichten, landschappen en ballerina's. Na zijn vestiging in Gorinchem schilderde hij steeds meer landschappen in de Betuwe.
Hij had een eigen manier van werken, die je duidelijk terugvindt in zijn schilderijen. In het begin waren zijn werken nogal donker van aard, maar later werd zijn werk zeer luchtig en blond van kleur.
Zijn werk is over de gehele wereld verkocht en Albert Buikema blijft nog steeds een zeer gewaardeerd kunstenaar
door het bijzondere euvre die hij nagelaten heeft.

Buikema, A. Buikema, Albert Buikema 1949-1994 .......................................... ( 1 werk op voorraad), Buikema, Albert Buikema is geboren op 2 maart 1949 te Waddinxveen en op 45 jarige leeftijd overleden op 11 januari 1994. Hij was leerling van de Academies van Rotterdam en utrecht. Ook kreeg hij lessen van H.J. Wijngaard. Hij schilderde en tekende Kermissen, stadsgezichten, landschappen en ballerina's. Na zijn vestiging in Gorinchem schilderde hij steeds meer landschappen in de Betuwe.
Hij had een eigen manier van werken, die je duidelijk terugvindt in zijn schilderijen. In het begin waren zijn werken nogal donker van aard, maar later werd zijn werk zeer luchtig en blond van kleur.
Zijn werk is over de gehele wereld verkocht en Albert Buikema blijft nog steeds een zeer gewaardeerd kunstenaar
door het bijzondere euvre die hij nagelaten heeft.

Buikema, A. Buikema, Albert Buikema 1949-1994 .......................................... ( 1 werk op voorraad), Buikema, Albert Buikema is geboren op 2 maart 1949 te Waddinxveen en op 45 jarige leeftijd overleden op 11 januari 1994. Hij was leerling van de Academies van Rotterdam en utrecht. Ook kreeg hij lessen van H.J. Wijngaard. Hij schilderde en tekende Kermissen, stadsgezichten, landschappen en ballerina's. Na zijn vestiging in Gorinchem schilderde hij steeds meer landschappen in de Betuwe.
Hij had een eigen manier van werken, die je duidelijk terugvindt in zijn schilderijen. In het begin waren zijn werken nogal donker van aard, maar later werd zijn werk zeer luchtig en blond van kleur.
Zijn werk is over de gehele wereld verkocht en Albert Buikema blijft nog steeds een zeer gewaardeerd kunstenaar
door het bijzondere euvre die hij nagelaten heeft.

Buikema, A. Buikema, Albert Buikema 1949-1994 .......................................... ( 1 werk op voorraad), Buikema, Albert Buikema is geboren op 2 maart 1949 te Waddinxveen en op 45 jarige leeftijd overleden op 11 januari 1994. Hij was leerling van de Academies van Rotterdam en utrecht. Ook kreeg hij lessen van H.J. Wijngaard. Hij schilderde en tekende Kermissen, stadsgezichten, landschappen en ballerina's. Na zijn vestiging in Gorinchem schilderde hij steeds meer landschappen in de Betuwe.
Hij had een eigen manier van werken, die je duidelijk terugvindt in zijn schilderijen. In het begin waren zijn werken nogal donker van aard, maar later werd zijn werk zeer luchtig en blond van kleur.
Zijn werk is over de gehele wereld verkocht en Albert Buikema blijft nog steeds een zeer gewaardeerd kunstenaar
door het bijzondere euvre die hij nagelaten heeft.

Hulk, A. Hulk, Abraham Hulk 1813-1897, Abraham Hulk, schilder en avonturier, werd geboren in een familie die grotendeels uit marineschilders bestond. Hij begon met het maken van portretten en trok daarvoor in 1833 vanuit zijn woonplaats Londen per tweemaster naar Boston en van daaruit naar New York, Albany en Manchester. Daarna woonde hij tot 1870 in Nederland waar hij zich richtte op het schilderen van zeegezichten, zowel bij kalm weer als tijdens een flinke bries. Zijn stijl is romantisch en verwant aan die van J.C. Schotel en Louis Meijer: het ging hem om het weergeven van een sfeerbeeld van schepen op zee, bij alle verschillende soorten weer. Musea: o.a. Teylers Museum in Haarlem.


A. Buikema verkocht


A. Buikema verkocht


A. Buikema verkocht


A. Buikema verkocht


A. Hulk verkocht

Keus, A. Keus, Adriaan Keus 1875-1955, Keus, Adriaan is geboren op 7 september 1875 te Rotterdam en overleden op 15 mei 1955 te Soest. Hij woonde en werkte in Den Haag tot 1910, Putten (Gld.) tot 1916, Baarn tot 1920, van 1920 af te Soest. Leerling van de Akademie voor B.K. in Den Haag (1898-1899), raadgevingen van H.W.Mesdag. Hij schilderde, tekende en etste landschappen, boerenwoningen, bossen en bollenvelden. Was lid van 'Arti et Amicitiae' te Amsterdam. Tentoonstellingen Rotterdam1902 en Amsterdam 1903.
Adriaan Keus wordt op 7 september 1875 te Rotterdam geboren als zoon van Dirk Leendert Marie Eliza Keus en Klara Cornelia van Traa. Zijn vader is luitenant-terzee. Als Adriaan drie jaar is vertrekt het gezin voor drie jaar naar Den Helder. In 1885 terug naar Rotterdam. Daar wonen zij tot 1889. De oudste broer van Adriaan volgt een opleiding als adelborst en vader Keus heeft stille hoop dat Adriaan die opleiding ook wil gaan volgen. Als Adriaan 14 jaar oud is gaat hij naar Oosterhout voor een drie jaar internaats-HBS-opleiding. Hij slaagt in 1892. Terug in Rotterdam moet er beslist worden over de verdere studie van Adriaan. Een opleiding tot adelborst wordt het niet. Omdat Adriaan grote belangstelling heeft voor de natuur, wordt besloten dat hij in Leiden bij de Rijksacademietuin een opleiding voor tuinleiders gaat volgen. Deze cursus volgt hij anderhalf jaar , dan verhuist hij naar Londen voor een studie botanie. In zijn vrije tijd bezocht hij de Londense museums en in de stilte van deze zalen ontwaakte in hem steeds meer het verlangen tot tekenen van de natuur.Ook de studie botanie heeft hem steeds meer in deze richting gestuurd. Terug uit Engeland kiest Adriaan Keus definitief voor de kunst. Van 1896 tot 1899 studeert hij aan de Academie van Beeldende Kunst te Den Haag. Hij behaalt de acte van bekwaamheid voor Huis-en Schoolonderwijs in het Handteekenen. Na de academie ontwikkelt hij zich verder als landschapschilder. Hij gaat vriendschappelijk om met Bernard Schregel en hij krijgt raadgevingen van Hendrik Willem Mesdag.Van 1900 tot 1911 is Adriaan als tekenaar, aquarellist en kunstschilder volledig opgenomen in het Haagse kunstleven. Hij wordt werkend lid van het Schilderkundig Genootschap Pulchri Studio in Den Haag. Lange Voorhout 15. Dit eervol lidmaatschap brengt hem in nauw contact met andere kunstenaars van ‘naam‘, en biedt hem de gelegenheid in groepsverband in Pulchri te exposeren, of daar in portefeuille ter inzage te leggen.Van Pulchri krijgt hij het bericht dat koninging-moeder Emma zijn aquarel Het Geitje uit de portefeuille heeft aangekocht.

Adriaan Keus vindt in Den Haag veel kunstvrienden, maar ook zijn hartsvriendin Lucy Fancy van Batenburg waarmee hij zijn leven wil delen. Het paar trouwt op 17 februari 1911 in Den Haag. 
Het jonge paar vestigt zich in Putten op de Veluwe.Mevrouw Keus wordt verpleegster in het nieuwe herstellingsoord. In de zes jaren in Putten worden twee kinderen geboren. Lucy Adriana (die later in Soest met Jan Tans zou trouwen) en Adriaan Cornelis. Mevrouw Keus zorgt voor het basis inkomen en haar man tekent en schildert maar door in de omgeving. Hij blijft toch een echte Haagse kunstschilder. Via de Pulchri Studio wordt werk verkocht en af en toe krijgt hij van de direkteur een plezierig bericht.

Riviere, A. la Riviere, Adriaan La Riviere 1857-1941, Adriaan la Riviere schilderde, aquarelleerde en tekende stadsgezichten {buurtjes 
enz.} figuurstukken en stillevens.
Woonde en werkte in Rotterdam, Munchen, Amsterdam en Den Haag. Diversen 
tentoonstellingen in Amsterdam Rotterdam enz.
Werk in museum Boymans-van Beuningen Rotterdam.

Miolée, A. Miolée, Adrianus Miolée 1879-1961 ............................................. (1 werk op voorraad), Miolée, Adrianus Miolée kreeg zijn opleiding aan de Kunst-nijverheidsschool in Haarlem van onder andere H.M. Krabbé en F.Th.Grabijn. Hij schilderde stillevens, enkele stadsgezichten en landschappen, in het bijzonder duinlandschappen, waarvoor hij inspiratie opdeed in Haarlem en in de omgeving van Den Haag en Voorburg. Zijn werk wordt realistisch met een impressionistische inslag genoemd. Musea: Frans Halsmuseum en Teylers Museum in Haarlem.

Miolée, A. Miolée, Adrianus Miolée 1879-1961 ............................................. (1 werk op voorraad), Miolée, Adrianus Miolée kreeg zijn opleiding aan de Kunst-nijverheidsschool in Haarlem van onder andere H.M. Krabbé en F.Th.Grabijn. Hij schilderde stillevens, enkele stadsgezichten en landschappen, in het bijzonder duinlandschappen, waarvoor hij inspiratie opdeed in Haarlem en in de omgeving van Den Haag en Voorburg. Zijn werk wordt realistisch met een impressionistische inslag genoemd. Musea: Frans Halsmuseum en Teylers Museum in Haarlem.

Miolée, A. Miolée, Adrianus Miolée 1879-1961 ............................................. (1 werk op voorraad), Miolée, Adrianus Miolée kreeg zijn opleiding aan de Kunst-nijverheidsschool in Haarlem van onder andere H.M. Krabbé en F.Th.Grabijn. Hij schilderde stillevens, enkele stadsgezichten en landschappen, in het bijzonder duinlandschappen, waarvoor hij inspiratie opdeed in Haarlem en in de omgeving van Den Haag en Voorburg. Zijn werk wordt realistisch met een impressionistische inslag genoemd. Musea: Frans Halsmuseum en Teylers Museum in Haarlem.


A. Keus verkocht


A. la Riviere verkocht


A. Miolee verkocht


A. Miolee verkocht


A. Miolee verkocht

Prodan, A. Prodan, Aureliu Prodan geb. 1968 .............................................................. ( 1 werk op voorraad), Aureliu Prodan

Born at 15 april 1968 in Chisinau, Rebublic of Moldova


1979-1983 Children's art school

Prodan, A. Prodan, Aureliu Prodan geb. 1968 .............................................................. ( 1 werk op voorraad), Aureliu Prodan

Born at 15 april 1968 in Chisinau, Rebublic of Moldova


1979-1983 Children's art school

Prodan, A. Prodan, Aureliu Prodan geb. 1968 .............................................................. ( 1 werk op voorraad), Aureliu Prodan

Born at 15 april 1968 in Chisinau, Rebublic of Moldova


1979-1983 Children's art school

Berg, A. v. d. Berg, Andries van den Berg 1852-1934, Andries van den Berg is geboren in den Haag in 1852 en ook daar gestorven in 1934.
Van jongs af was het voor Andries van den Berg duidelijk dat hij ‘in de kunst’ wilde. Hij werkte eerst als lithograaf, omdat zijn ouders geen brood zagen in een bestaan als kunstschilder. Op de academie in Den Haag volgde hij vanaf 1867 in de avond schilderlessen. Aan deze academie werd hij later docent, onder meer van Jan Wittenberg en Leendert van der Vlist. Ook zijn zoon W.H. (Willem) van den Berg kreeg les van hem. (Duin)landschappen, boereninterieurs, (bloem)stillevens en figuurstukken schilderde Van den Berg voornamelijk; ook was hij een uitmuntend graficus. Aanvankelijk werkte hij in romantische trant, maar rond 1900 ontstond een meer impressionistische stijl, met onderwerpen ontleend aan het dagelijkse bestaan.

Everdingen, A. van Everdingen, Adrianus van Everdingen 1832-1912, Utrecht 22.06.1832 – Utrecht 04.09.1912.

 

Adrianus van Everdingen woonde en werkte in Utrecht. Leerling van J.W. Bilders, raadgevingen en invloed van W. Roelofs. Schilderde landschappen, heeft o.a. ook geëtst, geaquarellerd en gelithografeerd. Was lid van ‘Arti et Amicitiae’ te Amsterdam. 
Twee werken in Centraal Museum te Utrecht nl.:'Weidelandschap' en 'Landschap met boerin en twee koeien'.


A. Prodan verkocht


A. Prodan verkocht


A. Prodan verkocht


A. van de Berg verkocht


A. van Everdingen verkocht

Gilst, A. van Gilst, Arnoud van Gilst 1898-1982, Gilst, Arnoud van  
Den Haag 1898 - 1982 Bennebroek 

Arnoud Van Gilst was schilder en tekenaar van landschappen, boerderijen, bossages, etc. Hij was leerling van de Academie v. B.K. te Den Haag, waar hij eerst begon als beeldhouwer. Na 1923 is hij gaan schilderen. Arnoud Van Gilst woonde en werkte tot 1937 in Den Haag en daarna in Haarlem. 

Van Gilst schilderde in een naturalistische-impressionistische stijl.
Hij signeerde zijn werk ook vaak onder de meisjesnaam van zijn moeder A. Jonstra. 

Arnoud van Gilst legde zich vooral toe op Hollandse landschappen, stads-en duingezichten, zeeën en paarden. Onder de naam A. Jonstra schilderde hij zeilende schepen op de Friese meren. Van Gilst schilderde in een naturalistische-impressionistische stijl. Veel van zijn werk, vooral de landschappen, doen sterk denken aan dat van Cor Noltee. Van Gilst was een echte buitenschilder. Hij wilde perse geïnspireerd raken door de omgeving en hij toog het liefst naar een afgelegen plek waar niet elk moment iemand kon opduiken die over zijn schouders meekeek. Het liefst nestelde Van Gilst zich aan een slootkant en schilderde hij de aan de overkant gelegen velden, die hij eerst goed herkenbaar en gedetailleerd op doek bracht en later bij de uitwerking weer wat liet vervagen. Hij hield er een zeer precieze, bijna topografische interpretatie van het landschap op na, compleet met rietschelven, hooibergen schuurtjes en stallen. Met zijn wat donzige toets benadert Van Gilst heel dicht de aparte sfeer die op het land aanwezig is op windstille dagen, als de lucht gesluierd is. 

Mogelijk heeft Arnoud van Gilst geschilderd onder pseudoniem M Ottee. Hierover zijn geen eensluidende verklaringen te krijgen. Enkele jaren geleden veilde Christies Amsterdam een fors werk met voerlieden en werkpaarden op een kade, gesigneerd M Ottee. In de catalogus werd vermeld dat het hier mogelijk om een pseudoniem voor Arnoud van Gilst zou gaan. 

Uit het Kunst & Antiek Journaal van juni/juli 2005, artikel van de heer J.H.F.M. Heerkens Thijssen, Register Makelaar Taxateur te Haarlem. Antwoord op een lezersvraag naar aanleiding van de signatuur H. Endlich en het mogelijke pseudoniem voor een van de schilders uit de Knikker familie. 

In de jaren zeventig behoorde de kunstschilder Arnout van Gilst, uit Bennebroek, tot de regelmatige bezoekers van onze Kunstzalen in Haarlem. Hij was een gezellige prater en hij had het vaak over zijn carrière en ervaringen als kunstschilder. Van Gilst was een wat ijdele man, hij droeg altijd een zonnebril, een witte pet en handschoenen. Hij reed in een witte Opel Kapitein. Hij maakte 5 tot 7 schilderijen in de week en hij had drie ezels in zijn atelier staan. Zo kon hij heel gemakkelijk overstappen van het ene naar het andere schilderij. 

De meeste schilderstukken gingen in die tijd naar ene Welther in Den Haag. Ze raakten goed bevriend. Henk Welther speelde de kunstschilder op zijn Haags, met de baret schuin op het hoofd. Hij had goede relaties. Eens in de week bracht Van Gilst hem een aantal schilderijen, waarvoor hij afhankelijk van de maat, vijf a tien gulden per stuk kreeg. Hij hoefde ze niet te signeren, dat zou Welther zelf wel doen. Van Gilst ontmoette daar ook collega schilders die precies het zelfde deden. Landschap, stilleven, dorpsgezicht, ect. Deze schilder waren Aris Knikker, Jan Knikker sr., Jan Knikker jr., Henk Schallenberg en Cornelis de Bruin. De schilderijen werden door Welther vervolgens voorzien van een signatuur zoals; H. Endlich, Henk Welther of W. Markenstein. Endlich was de meisjes naam van zijn moeder. Met deze namen, net als Markenstein, kon hij goed terecht op de Duitse markt. De stukken met Welther gesigneerd gingen veelal naar Engeland, , Canada en de Verenigde Staten.

Wassenburg, A. Wassenburg, Arie Wassenburg 1896-1970 ................................................ ( 1 werk op voorraad), Wassenburg, Arie is geboren te Delft op 28 april 1896 en overleden in 1970.
Woonde en werkte aldaar.
Vormde zichzelf. Schilderde portretten, landschappen, stadsgezichten, stillevens enz.
Hij was lid van de vereniging voor B.K.'De Kring' te Delft.
Het Gemeentearchief van Delft heeft enkele tekeningen van hem.

Rosemeier, A.C. Rosemeier, 1888-1992, A.C. (Alex) Rosemeier 


geboren Soerakarta, 18 juli 1888 
 overleden Leiden, 15 augustus 1992 


Het artistieke talent zal de kunstschilder Alex Rosemeier van moeders kant hebben meegekregen, immers zijn overgrootvader Herman Thepass was een niet onverdienstelijk portretschilder. Vader Rosemeier remde waar mogelijk de artistieke ambities van zijn zoon af en om de jonge Alex te overtuigen van het onzekere bestaan als kunstenaar heeft hij advies gevraagd aan J.H. Weissenbruch. Die liet zich echter voor zijn doen lovend uit over Alex:

Rosemeier, A.C. Rosemeier, 1888-1992, A.C. (Alex) Rosemeier 


geboren Soerakarta, 18 juli 1888 
 overleden Leiden, 15 augustus 1992 


Het artistieke talent zal de kunstschilder Alex Rosemeier van moeders kant hebben meegekregen, immers zijn overgrootvader Herman Thepass was een niet onverdienstelijk portretschilder. Vader Rosemeier remde waar mogelijk de artistieke ambities van zijn zoon af en om de jonge Alex te overtuigen van het onzekere bestaan als kunstenaar heeft hij advies gevraagd aan J.H. Weissenbruch. Die liet zich echter voor zijn doen lovend uit over Alex:

Rosemeier, A.C. Rosemeier, 1888-1992, A.C. (Alex) Rosemeier 


geboren Soerakarta, 18 juli 1888 
 overleden Leiden, 15 augustus 1992 


Het artistieke talent zal de kunstschilder Alex Rosemeier van moeders kant hebben meegekregen, immers zijn overgrootvader Herman Thepass was een niet onverdienstelijk portretschilder. Vader Rosemeier remde waar mogelijk de artistieke ambities van zijn zoon af en om de jonge Alex te overtuigen van het onzekere bestaan als kunstenaar heeft hij advies gevraagd aan J.H. Weissenbruch. Die liet zich echter voor zijn doen lovend uit over Alex:


A. van Gilst verkocht


A. Wassenburg verkocht


A.C. Rosemeier verkocht


A.C. Rosemeier verkocht


A.C. Rosemeier verkocht

Noort, A.C. van Noort, Arie Kees van Noort 1914-2003, A.C. van Noort, Arie-Kees genaamd, werd op 8 maart 1914 te Bennebroek geboren. Na zijn schooltijd in 1928 werkte hij mee in het schildersbedrijf van zijn vader. In de avonduren volgde hij teken- en schilderslessen van de excentrieke Haarlemse schilder Henri Fréderic Boot die tevens onder zijn leermeesterschap grote kunstenaars als Kees Verwey en Anton Heijboer tot ontwikkeling bracht. Overdag werkte Van Noort als huisschilder en in de avonduren schilderde hij op z'n kamer. In 1942 werd hij als lid aangenomen van het genootschap

Noort, A.C. van Noort, Arie Kees van Noort 1914-2003, A.C. van Noort, Arie-Kees genaamd, werd op 8 maart 1914 te Bennebroek geboren. Na zijn schooltijd in 1928 werkte hij mee in het schildersbedrijf van zijn vader. In de avonduren volgde hij teken- en schilderslessen van de excentrieke Haarlemse schilder Henri Fréderic Boot die tevens onder zijn leermeesterschap grote kunstenaars als Kees Verwey en Anton Heijboer tot ontwikkeling bracht. Overdag werkte Van Noort als huisschilder en in de avonduren schilderde hij op z'n kamer. In 1942 werd hij als lid aangenomen van het genootschap

Hoen, A.G. Hoen, Alfred Georges Hoen, 1869-1954, Hoen, A.G. Hoen, Alfred Georges Hoen is geboren op 3 januari 1869 te Bar le Duc en overleden op 26 november 1954 te Parijs. 
Alfred Hoen vertrok in 1890 naar Parijs. Hij studeerde daar aan de Ecole des Arts Décoratifs en de Ecole des Beau-Arts, waar hij leerling was van Gérome.
Hij was een gewaardeerd portret schilder in Frankrijk, maar ook in de USA. Ook schilderde hij landschappen, zeegezichten en genrestukken van beide wereldoorlogen. Hij vestigde zich in Frankrijk in 1940.
Alfred Hoen exposeerde in de Salon des Artiestes Francais waar hij vanaf 1910 lid van werd.

Groenewegen, A.J. Groenewegen,  1874-1963 ......................................... (1 werk op voorraad), Groenewegen, Adrianus Johannes Groenewegen is geboren op 1 mei 1874 te Rotterdam en overleden op 8 januari 1963 te Horn (Limburg). Hij schilderde met olieverf, maar was toch vooral een aquarellist van landschappen met vee en boerenerven. Epigoon, of beter een der laatste vertegenwoordigers van de Haagse school. Veel van zijn werken zijn verkocht in Engeland, Canada en de V.S..
Tentoonstellingen, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Leeuwarden, Rotterdam etc.

Groenewegen, A.J. Groenewegen,  1874-1963 ......................................... (1 werk op voorraad), Groenewegen, Adrianus Johannes Groenewegen is geboren op 1 mei 1874 te Rotterdam en overleden op 8 januari 1963 te Horn (Limburg). Hij schilderde met olieverf, maar was toch vooral een aquarellist van landschappen met vee en boerenerven. Epigoon, of beter een der laatste vertegenwoordigers van de Haagse school. Veel van zijn werken zijn verkocht in Engeland, Canada en de V.S..
Tentoonstellingen, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Leeuwarden, Rotterdam


A.C. van Noort verkocht


A.C. van Noort verkocht


A.G. Hoen verkocht


A.J. Groenewegen verkocht


A.J. Groenewegen verkocht

Groenewegen, A.J. Groenewegen,  1874-1963 ......................................... (1 werk op voorraad), Groenewegen, Adrianus Johannes Groenewegen is geboren op 1 mei 1874 te Rotterdam en overleden op 8 januari 1963 te Horn (Limburg). Hij schilderde met olieverf, maar was toch vooral een aquarellist van landschappen met vee en boerenerven. Epigoon, of beter een der laatste vertegenwoordigers van de Haagse school. Veel van zijn werken zijn verkcht in Engeland, Canada en de V.S..
Tentoonstellingen, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Leeuwarden, Rotterdam etc.

Groenewegen, A.J. Groenewegen,  1874-1963 ......................................... (1 werk op voorraad), Groenewegen, Adrianus Johannes Groenewegen is geboren op 1 mei 1874 te Rotterdam en overleden op 8 januari 1963 te Horn (Limburg). Hij schilderde met olieverf, maar was toch vooral een aquarellist van landschappen met vee en boerenerven. Epigoon, of beter een der laatste vertegenwoordigers van de Haagse school. Veel van zijn werken zijn verkcht in Engeland, Canada en de V.S..
Tentoonstellingen, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Leeuwarden, Rotterdam etc.

Groenewegen, A.J. Groenewegen,  1874-1963 ......................................... (1 werk op voorraad), Groenewegen, Adrianus Johannes Groenewegen is geboren op 1 mei 1874 te Rotterdam en overleden op 8 januari 1963 te Horn (Limburg). Hij schilderde met olieverf, maar was toch vooral een aquarellist van landschappen met vee en boerenerven. Epigoon, of beter een der laatste vertegenwoordigers van de Haagse school. Veel van zijn werken zijn verkcht in Engeland, Canada en de V.S..
Tentoonstellingen, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Leeuwarden, Rotterdam etc.

Groenewegen, A.J. Groenewegen,  1874-1963 ......................................... (1 werk op voorraad), Groenewegen, Adrianus Johannes Groenewegen is geboren op 1 mei 1874 te Rotterdam en overleden op 8 januari 1963 te Horn (Limburg). Hij schilderde met olieverf, maar was toch vooral een aquarellist van landschappen met vee en boerenerven. Epigoon, of beter een der laatste vertegenwoordigers van de Haagse school. Veel van zijn werken zijn verkcht in Engeland, Canada en de V.S..
Tentoonstellingen, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Leeuwarden, Rotterdam etc.

Groenewegen, A.J. Groenewegen,  1874-1963 ......................................... (1 werk op voorraad), Groenewegen, Adrianus Johannes Groenewegen is geboren op 1 mei 1874 te Rotterdam en overleden op 8 januari 1963 te Horn (Limburg). Hij schilderde met olieverf, maar was toch vooral een aquarellist van landschappen met vee en boerenerven. Epigoon, of beter een der laatste vertegenwoordigers van de Haagse school. Veel van zijn werken zijn verkocht in Engeland, Canada en de V.S..
Tentoonstellingen, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Leeuwarden, Rotterdam etc.


A.J. Groenewegen verkocht


A.J. Groenewegen verkocht


A.J. Groenewegen verkocht


A.J. Groenewegen verkocht


A.J. Groenewegen verkocht

Timmermans, A.J.Timmermans, Tonny Timmermans 1906-1991, Timmermans, Antonius Johannes (Tonny) Timmermans is geboren op 30 november 1906 te Den Bos en overleden in 1991.
Werkte sinds 1915 in Amsterdam. Werkte veel in Zwitserland, Frankrijk, Duitsland enz. Autodidact (les van tekenleraar Th. Swinkels). Schildert, ook met paletmes zonder voortekenen, maar ook met penseel. In naturalistische trant, stadsgezichten, portretten, stillevens enz. Wordt genoemd: 'picturaal zondagskind' en 'als artistieke verschijning ben je zeldzaam beminlijk'.
Werk in de Rijkscollectie.

Driesten, A.J.van Driesten 1878-1969, Driesten, A.J. van Driesten 1878 - 1969 
Woonde en werkte in Leiden. De schilders Théophile de Bock en J.H. 
Weissenbruch waren van grote invloed op het werk van Van Driesten Hij werkte 
veel in de omgeving van Nieuwkoop en Noorden. Schilderde vnl. landschappen 
met water en boerderijen. Zijn werk is o.a. aanwezig in museum De Lakenhal te 
Leiden.

Driesten, A.J.van Driesten 1878-1969, Driesten, A.J. van Driesten 1878 - 1969 
Woonde en werkte in Leiden. De schilders Théophile de Bock en J.H. 
Weissenbruch waren van grote invloed op het werk van Van Driesten Hij werkte 
veel in de omgeving van Nieuwkoop en Noorden. Schilderde vnl. landschappen 
met water en boerderijen. Zijn werk is o.a. aanwezig in museum De Lakenhal te 
Leiden.

Driesten, A.J.van Driesten 1878-1969, Driesten, A.J. van Driesten 1878 - 1969 
Woonde en werkte in Leiden. De schilders Théophile de Bock en J.H. 
Weissenbruch waren van grote invloed op het werk van Van Driesten Hij werkte 
veel in de omgeving van Nieuwkoop en Noorden. Schilderde vnl. landschappen 
met water en boerderijen. Zijn werk is o.a. aanwezig in museum De Lakenhal te 
Leiden.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.


A.J. Timmermans verkocht


A.J. van Driesten verkocht


A.J. van Driesten verkocht


A.J. van Driesten verkocht


A.J. Zwart verkocht

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.

Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht

Keus, A. Keus, Adriaan Keus 1875-1955, Keus, Adriaan is geboren op 7 september 1875 te Rotterdam en overleden op 15 mei 1955 te Soest. Hij woonde en werkte in Den Haag tot 1910, Putten (Gld.) tot 1916, Baarn tot 1920, van 1920 af te Soest. Leerling van de Akademie voor B.K. in Den Haag (1898-1899), raadgevingen van H.W.Mesdag. Hij schilderde, tekende en etste landschappen, boerenwoningen, bossen en bollenvelden. Was lid van 'Arti et Amicitiae' te Amsterdam. Tentoonstellingen Rotterdam1902 en Amsterdam 1903.
Adriaan Keus wordt op 7 september 1875 te Rotterdam geboren als zoon van Dirk Leendert Marie Eliza Keus en Klara Cornelia van Traa. Zijn vader is luitenant-terzee. Als Adriaan drie jaar is vertrekt het gezin voor drie jaar naar Den Helder. In 1885 terug naar Rotterdam. Daar wonen zij tot 1889. De oudste broer van Adriaan volgt een opleiding als adelborst en vader Keus heeft stille hoop dat Adriaan die opleiding ook wil gaan volgen. Als Adriaan 14 jaar oud is gaat hij naar Oosterhout voor een drie jaar internaats-HBS-opleiding. Hij slaagt in 1892. Terug in Rotterdam moet er beslist worden over de verdere studie van Adriaan. Een opleiding tot adelborst wordt het niet. Omdat Adriaan grote belangstelling heeft voor de natuur, wordt besloten dat hij in Leiden bij de Rijksacademietuin een opleiding voor tuinleiders gaat volgen. Deze cursus volgt hij anderhalf jaar , dan verhuist hij naar Londen voor een studie botanie. In zijn vrije tijd bezocht hij de Londense museums en in de stilte van deze zalen ontwaakte in hem steeds meer het verlangen tot tekenen van de natuur.Ook de studie botanie heeft hem steeds meer in deze richting gestuurd. Terug uit Engeland kiest Adriaan Keus definitief voor de kunst. Van 1896 tot 1899 studeert hij aan de Academie van Beeldende Kunst te Den Haag. Hij behaalt de acte van bekwaamheid voor Huis-en Schoolonderwijs in het Handteekenen. Na de academie ontwikkelt hij zich verder als landschapschilder. Hij gaat vriendschappelijk om met Bernard Schregel en hij krijgt raadgevingen van Hendrik Willem Mesdag.Van 1900 tot 1911 is Adriaan als tekenaar, aquarellist en kunstschilder volledig opgenomen in het Haagse kunstleven. Hij wordt werkend lid van het Schilderkundig Genootschap Pulchri Studio in Den Haag. Lange Voorhout 15. Dit eervol lidmaatschap brengt hem in nauw contact met andere kunstenaars van ‘naam‘, en biedt hem de gelegenheid in groepsverband in Pulchri te exposeren, of daar in portefeuille ter inzage te leggen.Van Pulchri krijgt hij het bericht dat koninging-moeder Emma zijn aquarel Het Geitje uit de portefeuille heeft aangekocht.

Adriaan Keus vindt in Den Haag veel kunstvrienden, maar ook zijn hartsvriendin Lucy Fancy van Batenburg waarmee hij zijn leven wil delen. Het paar trouwt op 17 februari 1911 in Den Haag. 
Het jonge paar vestigt zich in Putten op de Veluwe.Mevrouw Keus wordt verpleegster in het nieuwe herstellingsoord. In de zes jaren in Putten worden twee kinderen geboren. Lucy Adriana (die later in Soest met Jan Tans zou trouwen) en Adriaan Cornelis. Mevrouw Keus zorgt voor het basis inkomen en haar man tekent en schildert maar door in de omgeving. Hij blijft toch een echte Haagse kunstschilder. Via de Pulchri Studio wordt werk verkocht en af en toe krijgt hij van de direkteur een plezierig bericht.

Geijp, A.M.Geijp, Adriaan Marinus Geijp 1855-1926, Geijp, A.M. Geijp is geboren in Middelburg op 22.11.1855 en overleden in Den Haag op 09.11.1926. 
                                                                                                                                                                                                                                                   Adriaan Marinus Geijp was in Middelburg actief als decoratieschilder en kreeg daar tekenlessen. Rondom 1880 vestigde hij zich in Den Haag en legde zich vervolgens op de schilderskunst toe. Hij vormde zichzelf en schilderde bij voorkeur winterlandschappen, bosgezichten en landschappen met vee. Ook zijn er enkele stadsgezichten bekend.

Jejer, A.M. Jejer, Anatoli Michailowich Jejer 1937-, Literatuur: 1955-1961 Dneprepetrewsker Kunstschule, Musea: Dnepropetrowak, Kiew, Moskau. 
De manier van werken van deze kunstenaar komt in afwisselende stijlen veel overeen met de Zuidelijke Oekraïnische school.

Schotel, A.P.Schotel, Anthonie Pieter Schotel 1890-1958, SchoteL, A.P. Schotel is geboren te Dordrecht in 1890 en overleden in 1958 te Laren (N.H.) 

De Dordtse schilder Anthonie Pieter Schotel schilderde stadsgezichten en stillevens, maar zijn grote liefde was het schilderen van water en schepen. Vooral rond de Zuiderzee, met uitzeilende botters en de intieme rust van de vallende avond op het water. Na de aanleg van de Afsluitdijk werkte hij ook in Zeeland en Rotterdam. Zijn watergezichten zijn bij voorkeur opgezet in tere, grijze tonen met door gefilterd licht vervaagde vormen. In 1923-1924 en 1936 reisde hij naar Frankrijk, met name naar Normandië, Bretagne en de Rivïèra maar ook naar Parijs, waar kleurige stadsgezichten tot stand kwamen. 

Musea: o.a. Dordrechts Museum en het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

Schotel, A.P.Schotel, Anthonie Pieter Schotel 1890-1958, SchoteL, A.P. Schotel is geboren te Dordrecht in 1890 en overleden in 1958 te Laren (N.H.) 

De Dordtse schilder Anthonie Pieter Schotel schilderde stadsgezichten en stillevens, maar zijn grote liefde was het schilderen van water en schepen. Vooral rond de Zuiderzee, met uitzeilende botters en de intieme rust van de vallende avond op het water. Na de aanleg van de Afsluitdijk werkte hij ook in Zeeland en Rotterdam. Zijn watergezichten zijn bij voorkeur opgezet in tere, grijze tonen met door gefilterd licht vervaagde vormen. In 1923-1924 en 1936 reisde hij naar Frankrijk, met name naar Normandië, Bretagne en de Rivïèra maar ook naar Parijs, waar kleurige stadsgezichten tot stand kwamen. 

Musea: o.a. Dordrechts Museum en het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.


A.Keus verkocht


A.M. Geijp verkocht


A.M. Jejer verkocht


A.P. Schotel verkocht


A.P. Schotel verkocht

Lund, A. Lund, Aage Lund 1892-1972, Aage Lund werd geboren in Kopenhagen op 20 Januari 1892, en hij overleed in Gentofte op 26 Maart 1972. Hij was de zoon van Axel Lykke Lund, theaterschilder bij Det Kongelige Teater en Casino Teater. Axel Lykke Lund en zijn grootvader waren de kopergraveur en tekenaar J. P. Lund waarover geschreven is in Weilbachs Kunstlexikon 1877/78.

Aage Lund was al vanaf jonge leeftijd erg productief en zijn werken omvatten alles – schilderijen, tekeningen, litho’s, posters, etc. Men zegt dat zijn vrouw, genaamd Stense, na een tijd moe werd van getrouwd zijn met een kunstenaar, en hem ertoe overhaalde om “burgerlijk” werk te zoeken. Vanaf 1925 stelde hij niet meer tentoon en verkocht hij niet meer aan het publiek. Maar gelukkig zette hij in zijn vrije tijd zijn productie voort met onverminderde kracht. Zoals is te zien was bij de tentoonstelling in het Øregaard Museum, was Aage Lund niet alleen een veelzijdig kunstenaar, maar hij werkte door de jaren heen met vele verschillende stijlen en motiefkeuzes. Als een bindend element voelt men een sterk en onvoorwaardelijke liefde voor het creëren  van de vele landschappen waarvan hij hield – stad en land. Kopenhagen, Gentofte, Tisvilde, Samsø og Skåne zijn maar enkele van de plaatsen die in zijn hart waren gesloten, en waarbij wij anderen knikten en beaamden dat het zo was.

Maar in het bijzondere zijn “twee dames” – zijn vrouw Stense en zijn dochter Inga zijn in vele vormen gereproduceerd met poëzie en liefde – in kleur en met licht, zodat het een Bertha Wegmann waardig was. Aage Lund’s posters zijn ook gerepresenteerd  op Øregaard. Grote, prachtige en sterke aanwijzingen naar een verdwenen tijd, waar filmhelden helden waren met een grote H, waar goulashbaronen (mensen die rijk waren geworden tijdens de eerste wereldoorlog, sommige door eten te leveren aan het leger - hoofdzakelijk goulash in blik, vandaar de naam) was een deel van elke dag en waar Oscar Fredricksens Fiskehus op Højbro Plads 10 oosters voor maar 4 kroner verkocht – en dat was luxe.

Aage Lund’s schoonzoon, dr. med. E. Winge Flensborg, heeft tijdens de laatste 30 jaar zijn schoonvaders productie bijgehouden, inclusief registratie en de beschrijvingen van de vele werken. Daar kan niet alleen Øregaard Museum maar ook het publiek dankbaar voor zijn. Aage Lund was een bescheiden iemand, die niet de publiciteit zocht. Maar zijn kunstzinnige productie beschrijft een gelukkig man – blij met zijn familie – blij met het leven en blij met het schilderij.
Lund, Aage Lund op Øregaard in 2001. 14 october 2000 – 28. januari 2001. 

In 2001 was het Øregaard Museum het frame voor een tentoonstelling die iets anders is dan gewoonlijk. Er wordt gezegd dat het museum de laatste jaren er een specialiteit van hebben gemaakt om vrouwelijke kunstenaars die vroeger bekend waren weer ut de vergetelheid te halen – en daar zit wat in. Wij hopen dat velen – zoals wij zelf – plezier hebben beleeft bij deze “hergeboortes”.

Maar de nieuwe tentoonstelling met Aage Lund was iets heel anders. De tentoonstelling belicht een kunstenaar met een zeer breed talent binnen veel verschillende genres. Tegelijkertijd met het vervullen van een verantwoordelijke, leidinggevende functie – wel binnen het technisch/creatief vakgebied – schilderde, tekende en reproduceerde hij alles wat hem tijdens een lang leven inspireerde, en het was veel. Maar tot een omschrijving in Weilbachs Kunstlexikon kwam het nooit, ook al vinden velen dat hij het verdiende. 

De tentoonstelling werd werkelijkheid dankzij het initiatief van TV-producer Nicolai Pors als collector en kenner van Deense posterkunst. Met zijn interesse voor Aage Lund’s productie van posters kwam hij in contact met de familie van Aage Lund, en de familie had een registratie bijgehouden van de werken van Aage met het oog op een eventuele tentoonstelling.
====================================================================
Danish
====



Lund, Aage Lund på Øregaard i 2001
14. oktober 2000 - 28. januar 2001

Endnu en gang danner Øregaard Museum rammen om en udstilling lidt uu over det sædvanlige. Det har været sagt at museet gennem de senere år har gjort det til sit speciale at bringe tidligere estimerede kvindelige kunstnere ud af glemselens slør, og det kan der være nogen sandhed i. Forhåbentlig har mange - som vi selv - haft glæde af disse

Blok van der Velden, Ad Blok van der Velden 1913-1980, Bekendste Texelse kunstschilder uit de 20e eeuw.

Blok van der Velden, Ad Blok van der Velden 1913-1980, Bekendste Texelse kunstschilder uit de 20e eeuw.

Blok van der Velden, Ad Blok van der Velden 1913-1980, Bekendste Texelse kunstschilder uit de 20e eeuw.

Blok van der Velden, Ad Blok van der Velden 1913-1980, Bekendste Texelse kunstschilder uit de 20e eeuw.


Aage Lund verkocht


Ad Blok van der Velden verkocht


Ad Blok van der Velden verkocht


Ad Blok van der Velden verkocht


Ad Blok van der Velden verkocht

Blok van der Velden, Ad Blok van der Velden 1913-1980, Bekendste Texelse kunstschilder uit de 20e eeuw.

Blok van der Velden, Ad Blok van der Velden 1913-1980, Bekendste Texelse kunstschilder uit de 20e eeuw.

Blok van der Velden, Ad Blok van der Velden 1913-1980, Bekendste Texelse kunstschilder uit de 20e eeuw.

Lubbers, A. Lubbers, Adriaan Lubbers 1892-1954, Lubbers, Adriaan Lubbers is geboren in 1892 en overleden in 1954.
Amsterdam 1892-1954 New York
Lit.: Charles Dumas, Leo Endedijk, 'Meesters en Molens: Van Rembrandt tot Mondriaan', Zwolle/Amsterdam 2007, pag. 217, cat.nr. 138 (met afb. in kleur).
Tent.: 'Meesters en Molens. Van Rembrandt tot Mondriaan', Den Bosch, Noordbrabants Museum, 27 jan.-28 mei 2007/Den Haag, Museum Bredius, 15 juni-2 sept. 2007/Assen, Drents Museum, 18 sept.-9 dec. 2007.

Adriaan Lubbers koos al snel na zijn opleiding tot werktuigkundige voor een kunstenaarsbestaan. Als schilder was hij autodidact, leerde echter veel van bevriende kunstenaars, met name van Leo Gestel. In de periodes 1916-19 en 1926-28 verbleef Lubbers in New York, de stad die vanaf die tijd zo’n belangrijke rol in zijn leven en werk speelde. Begin jaren ’20 woonde Lubbers in Bergen en raakt hij bevriend met Gestel. Het werk uit deze periode toont verwantschap met de Bergense School. Daarna ontwikkelde hij een stijl die het midden houdt tussen een krachtig expressionisme en kubisme. Na zijn terugkeer in 1928 uit Amerika woont Lubbers tot vier jaar in Parijs, waar hij onder meer kennismaakt met Mondriaan. Het werk dat Lubbers na 1953 maakt is veel abstracter, vaak met New York als onderwerp.

Pieck, A.J. Pieck, Adri Pieck 1894-1982  .................................................... ( 1 werk op voorraad), Pieck, A.J. Pieck, Adriana Jacoba Pieck is geboren op 29 april 1894 te Scheveningen en is overleden in 1982.
Adri Pieck kreeg al op zeer jeugdige leeftijd tekenles van haar vader, de Haagse tekenleraar A.F. Pieck (niet te verwarren met Anton Pieck). Samen met haar in 1920 overleden zuster Gretha trok zij er haast dagelijks op uit om te tekenen in de omgeving van hun woonplaats Bussum. Na haar opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam vestigde de schilderes zich in Hollandsche Rading, waar ze in 1982 overleed. In haar schilderijen, pastels en tekeningen zocht Adri Pieck geen aansluiting bij bepaalde kunststromingen. Bepalend voor haar werk zijn een verfijnd naturalisme met nadruk op elegante lijn en helderheid van kleur.


Ad Blok van der Velden verkocht


Ad Blok van der Velden verkocht


Ad Blok van der Velden verkocht


Adriaan Lubbers verkocht


Adrie Pieck verkocht

Pieck, A.J. Pieck, Adri Pieck 1894-1982  .................................................... ( 1 werk op voorraad), Pieck, A.J. Pieck, Adriana Jacoba Pieck is geboren op 29 april 1894 te Scheveningen en is overleden in 1982.
Adri Pieck kreeg al op zeer jeugdige leeftijd tekenles van haar vader, de Haagse tekenleraar A.F. Pieck (niet te verwarren met Anton Pieck). Samen met haar in 1920 overleden zuster Gretha trok zij er haast dagelijks op uit om te tekenen in de omgeving van hun woonplaats Bussum. Na haar opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam vestigde de schilderes zich in Hollandsche Rading, waar ze in 1982 overleed. In haar schilderijen, pastels en tekeningen zocht Adri Pieck geen aansluiting bij bepaalde kunststromingen. Bepalend voor haar werk zijn een verfijnd naturalisme met nadruk op elegante lijn en helderheid van kleur.

Pieck, A.J. Pieck, Adri Pieck 1894-1982  .................................................... ( 1 werk op voorraad), Pieck, A.J. Pieck, Adriana Jacoba Pieck is geboren op 29 april 1894 te Scheveningen en is overleden in 1982.
Adri Pieck kreeg al op zeer jeugdige leeftijd tekenles van haar vader, de Haagse tekenleraar A.F. Pieck (niet te verwarren met Anton Pieck). Samen met haar in 1920 overleden zuster Gretha trok zij er haast dagelijks op uit om te tekenen in de omgeving van hun woonplaats Bussum. Na haar opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam vestigde de schilderes zich in Hollandsche Rading, waar ze in 1982 overleed. In haar schilderijen, pastels en tekeningen zocht Adri Pieck geen aansluiting bij bepaalde kunststromingen. Bepalend voor haar werk zijn een verfijnd naturalisme met nadruk op elegante lijn en helderheid van kleur.

Pieck, A.J. Pieck, Adri Pieck 1894-1982  .................................................... ( 1 werk op voorraad), Pieck, A.J. Pieck, Adriana Jacoba Pieck is geboren op 29 april 1894 te Scheveningen en is overleden in 1982.
Adri Pieck kreeg al op zeer jeugdige leeftijd tekenles van haar vader, de Haagse tekenleraar A.F. Pieck (niet te verwarren met Anton Pieck). Samen met haar in 1920 overleden zuster Gretha trok zij er haast dagelijks op uit om te tekenen in de omgeving van hun woonplaats Bussum. Na haar opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam vestigde de schilderes zich in Hollandsche Rading, waar ze in 1982 overleed. In haar schilderijen, pastels en tekeningen zocht Adri Pieck geen aansluiting bij bepaalde kunststromingen. Bepalend voor haar werk zijn een verfijnd naturalisme met nadruk op elegante lijn en helderheid van kleur.

Pieck, A.J. Pieck, Adri Pieck 1894-1982  .................................................... ( 1 werk op voorraad), Pieck, A.J. Pieck, Adriana Jacoba Pieck is geboren op 29 april 1894 te Scheveningen en is overleden in 1982.
Adri Pieck kreeg al op zeer jeugdige leeftijd tekenles van haar vader, de Haagse tekenleraar A.F. Pieck (niet te verwarren met Anton Pieck). Samen met haar in 1920 overleden zuster Gretha trok zij er haast dagelijks op uit om te tekenen in de omgeving van hun woonplaats Bussum. Na haar opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam vestigde de schilderes zich in Hollandsche Rading, waar ze in 1982 overleed. In haar schilderijen, pastels en tekeningen zocht Adri Pieck geen aansluiting bij bepaalde kunststromingen. Bepalend voor haar werk zijn een verfijnd naturalisme met nadruk op elegante lijn en helderheid van kleur.

Pieck, A.J. Pieck, Adri Pieck 1894-1982  .................................................... ( 1 werk op voorraad), Pieck, A.J. Pieck, Adriana Jacoba Pieck is geboren op 29 april 1894 te Scheveningen en is overleden in 1982.
Adri Pieck kreeg al op zeer jeugdige leeftijd tekenles van haar vader, de Haagse tekenleraar A.F. Pieck (niet te verwarren met Anton Pieck). Samen met haar in 1920 overleden zuster Gretha trok zij er haast dagelijks op uit om te tekenen in de omgeving van hun woonplaats Bussum. Na haar opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam vestigde de schilderes zich in Hollandsche Rading, waar ze in 1982 overleed. In haar schilderijen, pastels en tekeningen zocht Adri Pieck geen aansluiting bij bepaalde kunststromingen. Bepalend voor haar werk zijn een verfijnd naturalisme met nadruk op elegante lijn en helderheid van kleur.


Adrie Pieck verkocht


Adrie Pieck verkocht


Adrie Pieck verkocht


Adrie Pieck verkocht


Adrie Pieck verkocht

Arens, A. Arens, Albert Arens ...... 1881-1958, Grave 25.02.1881 - 1958 te Graz (Oostenrijk). 

 

Albertus Antonius Hermanus(Albert) woonde en werkte in Grave tot 1900, München, Nijmegen tot 1925, Haarlem tot 1954, vertrok 12 oktober 1954 naar Oostenrijk. Leerling van zijn vader H.J.A. Arens, van de Hochschule für B.K. te München o.l.v. F. Hummel en prof. Raupp. 

Schildert, tekent en etst portretten, landschappen, stillevens enz. Maakte muurschilderingen, glas-in-lood-ramen, tevens kunstnijveraar. Was lid van ‘St. Lucas’ te Amsterdam en van ‘Kunst zij ons Doel’ te Haarlem.
Werk in het Frans Halsmuseum te Haarlem.

Buikema, A. Buikema, Albert Buikema 1949-1994 .......................................... ( 1 werk op voorraad), Buikema, Albert Buikema is geboren op 2 maart 1949 te Waddinxveen en op 45 jarige leeftijd overleden op 11 januari 1994. Hij was leerling van de Academies van Rotterdam en utrecht. Ook kreeg hij lessen van H.J. Wijngaard. Hij schilderde en tekende Kermissen, stadsgezichten, landschappen en ballerina's. Na zijn vestiging in Gorinchem schilderde hij steeds meer landschappen in de Betuwe.
Hij had een eigen manier van werken, die je duidelijk terugvindt in zijn schilderijen. In het begin waren zijn werken nogal donker van aard, maar later werd zijn werk zeer luchtig en blond van kleur.
Zijn werk is over de gehele wereld verkocht en Albert Buikema blijft nog steeds een zeer gewaardeerd kunstenaar
door het bijzondere euvre die hij nagelaten heeft.

Buikema, A. Buikema, Albert Buikema 1949-1994 .......................................... ( 1 werk op voorraad), Buikema, Albert Buikema is geboren op 2 maart 1949 te Waddinxveen en op 45 jarige leeftijd overleden op 11 januari 1994. Hij was leerling van de Academies van Rotterdam en utrecht. Ook kreeg hij lessen van H.J. Wijngaard. Hij schilderde en tekende Kermissen, stadsgezichten, landschappen en ballerina's. Na zijn vestiging in Gorinchem schilderde hij steeds meer landschappen in de Betuwe.
Hij had een eigen manier van werken, die je duidelijk terugvindt in zijn schilderijen. In het begin waren zijn werken nogal donker van aard, maar later werd zijn werk zeer luchtig en blond van kleur.
Zijn werk is over de gehele wereld verkocht en Albert Buikema blijft nog steeds een zeer gewaardeerd kunstenaar
door het bijzondere euvre die hij nagelaten heeft.

Torie, A. Torie, Albert Torie 1896-1969, Havelte 23.11.1896 - Meppel 07.02.1969 Albert Torie (Ab-en in plat Möppels ook wel Appe), Appe Torie dus. Op jeugdige leeftijd, hij was nog geen jaar jong, verhuisde hij met zijn familie naar Meppel, waar hij verder, afgezien van een tamelijke korte onderbreking te Nieuwleusen zijn hele leven heeft gewoond en gewerkt: In de Wilhelminastraat, Woldstraat, Hagenstraat, Parallelweg, in ‘Mati’ zijn woonboot in de Reest, genoemd naar zijn kinderen Marten en tini, en op ’t Blekerseiland. Voordat hij in ongeveer 1942 beroepsschilder werd en dus uitsluitend moest zien rond te komen van zijn werk als kunstschilder is hij onder andere fotograaf geweest, heeft hij gewerkt op de fietsenfabriek van Union in Nieuwleusen en van Primarius te Meppel, om ten slotte een melkhandel te beginnen aan het Zuideinde te Meppel. De fotozaak van Torie (±1925) was op de ‘Leerlooierij’, vlakbij de Werkhorst. Intussen had Torie al heel wat afgeschilderd en bovenal getekend. Tekenen was zijn lust en zijn leven, dat kon hij niet laten. In zijn achterzak had hij het venten meestal wel een klein schetsblok en kwam hij een mooi plekje of een aardig tafereeltje tegen, dan werd de kar aan de kant gezet, de klanten werden de klanten gelaten en er werd geschetst en getekend …z’n knijpbril is daarbij zelfs nog eens in ’t Mallegat gewaaid. Hij was op dat moment immers kunstenaar in plaats van zakenman, iets wat zijn vrouw wel eens verdroot… Van alle Meppeler schilders was Torie veruit de meest veelzijdige. En daarbij had hij zichzelf vrijwel alles aangeleerd, door bezig te zijn, te werken en te experimenteren. Op vrijwel alle gebieden was hij autodidact, die zonder enige hulp de boel zelf probeerde en uitvoerde en altijd op zoek was naar nieuwe mogelijkheden. Niet alleen thuis, maar ook op zijn atelier in de Kraton, de Keizersgracht, de Reestkoepel en de Wetering. Uiteindelijk beheerste hij allerlei technieken en vaardigheden op het gebied van de teken-en schilderkunst, maar ook op het gebied van de grafische kunst: olieverf, aquarel, tekening, gouche, hout-en linosnede, ets, aquatint en litho. Trok Antony Keizer veel met André Idserda op, Albert Torie voelde zich meer aangetrokken tot de persoon en het werk van Hugo van Schaïk, met wie hij vaak het Staphorsterveld introk om te schilderen. Zij werkten veel samen en qua werk en uitvoering bestond er aanvaknelijk weinig onderscheid tussen hen beiden. Tot deze groep behoorden onder anderen Geursen, Lotgering, Worst, De Vries, Israel, Engel, Calp en Seydell. Zij exposeerden meestal op Hemelvaartsdag in sociëteit ‘Tivoli’. Wanneer men tegenwoordig over Meppeler schilders praat, worden Torie en Keizer meestal in een adem genoemd. Vaak trokken zij samen het Drentse land in, waar zij, alpinopet op en pofbroek aan, het hun zo vertrouwde landschap in zijn eigen stijl en kleur vastlegden. Ook gingen zij een aantal keren met hun dames naar Terschelling om te werken. Wanneer het maar enigszins mogelijk was werd er geschilderd:dorpsgezichten en duinlandschappen, met dikwijls mooie wolkenluchten. Qua werk en persoon verschillen zij evenwel nogal. Keizer had een forsere manier van schilderen, terwijl zijn palet veel somberder was dan dat van Torie, die intieme, kleurige landschapjes maakte, vol zon. Keizer was een vlot, makkelijk iemand. Torie was gereserveerder en meer op zichzelf. Torie kreeg trouwens nogal wat relaties via Anton Keizer, die beter contacten wist te leggen en met mensen om kon gaan. Een andere college met wie Torie veel omgang had was de in Meppel verblijvende schilder A.J. Zwart die tijdens de oorlogsjaren met zijn woonschip ‘De Trekschuit’ in het Balkengat lag en hier in Meppel wel een mooie, maar geen rijke tijd heeft gehad … armoe troef, eerlijk gezegd. Zwart, een bohémien, die een aantal jaren in en om Meppel heeft gewerkt, werd dezelfde onderwerpen als Torie aangetrokken: water, weilanden en sloten. Aan boord van ‘De Trekschuit’ werd menig gezellig avondje doorgebracht. Zwart had een piano aan boord, waarbij heel wat afgezongen werd door de Zwarts en de Tories, maar ook door Lof de Vries en Bertus Westenberg (zang), Piet de Geele (piano) en Grooters (viool), terwijl ook de Arnhemse beeldhouwer Vreeling vaak aanwezig was. Was er al weinig verschil tussen Torie en Zwart wat betreft onderwerpskeuze betrof, voor het kleurgebruik gold in het algemeen hetzelfde. Verschil was er wel in hun manier van werken: Zwart werkte veel vlugger en gemakkelijker dan Torie, die langzamer en bedachtzamer te werk ging. Ontlopen kon men elkaar niet in zo’n klein stadje, want alle wegen leidden naar de Meppeler toren en later, op zaterdagmiddagen, naar kunsthandel Bolt aan het Zuideinde…waar de een soms niet wilde dat de ander zijn werk zou zien: ‘Is Keizer al ewest? Is Torie al ewest? Ef hi’j nog wat verkocht? Hoeveul hef hi’lj d’er veur ekreeg’n?’ Keizer bijvoorbeeld is pas met aquarelleren begonnen toen hij doorkreeg dat Torie er succes mee had en verkocht. Maar, en dat tekent de verhouding op dat moment ook, Torie was niet te beroerd om Keizer in de geheimen te wijden en dat Antony Keizer de techniek later tot en met beheerste, blijkt wel uit zijn werk! …Een typisch groepje, die Meppelers. Collega’s staken weleens de gek met hem en Torie was soms wel wat achterdochtig. Toen Ponne een keer een modern, non-figurant werk had gemaakt en het daarom signeerde met ‘Ab Strakt’, was Torie meteen gepikeerd omdat hij dacht dat het op hem sloeg: Ab. Maar Albert Torie was geenzins een kluizenaar die zich met niemand bemoeide. Hij vond het juist leuk wanneer mensen interesse toonden in zijn werk. In later jaren heeft hij lange tijd enthousiast les gegeven aan de Hoogeveense Schilderskring, een groep jonge amateurs van wie enkelen, onder anderen Joop Neutel en Joop Nijmeijer, tegenwoordig al aardig bekend beginnen te worden en die met een zekere trots vermelden dat zij nog leerling zijn geweest van Albert Torie uit Meppel. Werk in de Rijkscollectie.

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.


Albert Arens verkocht


Albert Buikema verkocht


Albert Buikema verkocht


Albert Torie verkocht


Andries Verleur verkocht

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.


Andries Verleur verkocht


Andries Verleur verkocht


Andries Verleur verkocht


Andries Verleur verkocht


Andries Verleur verkocht

Pieck, A. Pieck,  Anton Pieck, Anton Pieck, beschrijving volgt

Keizer, A. Keizer, Antony Keizer 1897-1961, Keizer, Antony Keizer is geboren te Meppel  op 03.03.1897 en overleden eveneens te  Meppel op 05.06.1961
De ouders van Antony Keizer dreven een textielzaak en hadden voor hun zoon een soortgelijk toekomst voor ogen. De wens van Antony om kunstschilder te worden werd dan ook niet gehonoreerd. Een winkel in beddengoed werd de juiste oplossing gevonden voor een onbezorgd verschiet. Dat werd echter bepaald geen onverdeeld succes. Dat Keizer zijn aandacht voor het zakenleven en voor de schone kunsten nogal onevenredig verdeelde ten gunste van de laatste, had tot gevolg dat de zaak verliep. Schilderen was het enige dat tenslotte overbleef. Samen met Piet Zwiers, ook een Meppeler schilder, bezocht hij ’s zomers Giethoorn en probeerde daar iets te verdienen met de verkoop van pentekeningen aan toeristen. Ook had hij veel contact met andere Meppeler kunstenaars, als Idserda, Jannes de Vries en Torie. De laatste leerde hem hoe te aquarelleren. Voor het overige werkte hij met krijt, pastel en olieverf. Een grote voorliefde legde hij aan de dag voor het Drentse landschap. Zandverstuivingen, heidegezichten, schapen, plaggenhutten, hij heeft er veel neergepenseeld. Bekend zijn ook zijn schilderijen van paddestoelen, die hij een stemmig rood-bruin en een helder wit-geel wist mee te geven. Keizer maakte reizen naar Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Van 1942 tot 1947 woonde hij in Gildehaus in Duitsland, waar hij werkte, woonde en verkocht. Terug in Meppel werd hij, die zich weliswaar tijdens dit verblijf politiek inactief had opgesteld, door velen gemeden. Tot zijn dood woonde hij, tamelijk teruggetrokken in zijn geboortestad. Hij was lid van “Arti et Amicitiae” in Amsterdam.

Keizer, A. Keizer, Antony Keizer 1897-1961, Keizer, Antony Keizer is geboren te Meppel  op 03.03.1897 en overleden eveneens te  Meppel op 05.06.1961
De ouders van Antony Keizer dreven een textielzaak en hadden voor hun zoon een soortgelijk toekomst voor ogen. De wens van Antony om kunstschilder te worden werd dan ook niet gehonoreerd. Een winkel in beddengoed werd de juiste oplossing gevonden voor een onbezorgd verschiet. Dat werd echter bepaald geen onverdeeld succes. Dat Keizer zijn aandacht voor het zakenleven en voor de schone kunsten nogal onevenredig verdeelde ten gunste van de laatste, had tot gevolg dat de zaak verliep. Schilderen was het enige dat tenslotte overbleef. Samen met Piet Zwiers, ook een Meppeler schilder, bezocht hij ’s zomers Giethoorn en probeerde daar iets te verdienen met de verkoop van pentekeningen aan toeristen. Ook had hij veel contact met andere Meppeler kunstenaars, als Idserda, Jannes de Vries en Torie. De laatste leerde hem hoe te aquarelleren. Voor het overige werkte hij met krijt, pastel en olieverf. Een grote voorliefde legde hij aan de dag voor het Drentse landschap. Zandverstuivingen, heidegezichten, schapen, plaggenhutten, hij heeft er veel neergepenseeld. Bekend zijn ook zijn schilderijen van paddestoelen, die hij een stemmig rood-bruin en een helder wit-geel wist mee te geven. Keizer maakte reizen naar Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Van 1942 tot 1947 woonde hij in Gildehaus in Duitsland, waar hij werkte, woonde en verkocht. Terug in Meppel werd hij, die zich weliswaar tijdens dit verblijf politiek inactief had opgesteld, door velen gemeden. Tot zijn dood woonde hij, tamelijk teruggetrokken in zijn geboortestad. Hij was lid van “Arti et Amicitiae” in Amsterdam.

Keizer, A. Keizer, Antony Keizer 1897-1961, Keizer, Antony Keizer is geboren te Meppel  op 03.03.1897 en overleden eveneens te  Meppel op 05.06.1961
De ouders van Antony Keizer dreven een textielzaak en hadden voor hun zoon een soortgelijk toekomst voor ogen. De wens van Antony om kunstschilder te worden werd dan ook niet gehonoreerd. Een winkel in beddengoed werd de juiste oplossing gevonden voor een onbezorgd verschiet. Dat werd echter bepaald geen onverdeeld succes. Dat Keizer zijn aandacht voor het zakenleven en voor de schone kunsten nogal onevenredig verdeelde ten gunste van de laatste, had tot gevolg dat de zaak verliep. Schilderen was het enige dat tenslotte overbleef. Samen met Piet Zwiers, ook een Meppeler schilder, bezocht hij ’s zomers Giethoorn en probeerde daar iets te verdienen met de verkoop van pentekeningen aan toeristen. Ook had hij veel contact met andere Meppeler kunstenaars, als Idserda, Jannes de Vries en Torie. De laatste leerde hem hoe te aquarelleren. Voor het overige werkte hij met krijt, pastel en olieverf. Een grote voorliefde legde hij aan de dag voor het Drentse landschap. Zandverstuivingen, heidegezichten, schapen, plaggenhutten, hij heeft er veel neergepenseeld. Bekend zijn ook zijn schilderijen van paddestoelen, die hij een stemmig rood-bruin en een helder wit-geel wist mee te geven. Keizer maakte reizen naar Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Van 1942 tot 1947 woonde hij in Gildehaus in Duitsland, waar hij werkte, woonde en verkocht. Terug in Meppel werd hij, die zich weliswaar tijdens dit verblijf politiek inactief had opgesteld, door velen gemeden. Tot zijn dood woonde hij, tamelijk teruggetrokken in zijn geboortestad. Hij was lid van “Arti et Amicitiae” in Amsterdam.

Keizer, A. Keizer, Antony Keizer 1897-1961, Keizer, Antony Keizer is geboren te Meppel  op 03.03.1897 en overleden eveneens te  Meppel op 05.06.1961
De ouders van Antony Keizer dreven een textielzaak en hadden voor hun zoon een soortgelijk toekomst voor ogen. De wens van Antony om kunstschilder te worden werd dan ook niet gehonoreerd. Een winkel in beddengoed werd de juiste oplossing gevonden voor een onbezorgd verschiet. Dat werd echter bepaald geen onverdeeld succes. Dat Keizer zijn aandacht voor het zakenleven en voor de schone kunsten nogal onevenredig verdeelde ten gunste van de laatste, had tot gevolg dat de zaak verliep. Schilderen was het enige dat tenslotte overbleef. Samen met Piet Zwiers, ook een Meppeler schilder, bezocht hij ’s zomers Giethoorn en probeerde daar iets te verdienen met de verkoop van pentekeningen aan toeristen. Ook had hij veel contact met andere Meppeler kunstenaars, als Idserda, Jannes de Vries en Torie. De laatste leerde hem hoe te aquarelleren. Voor het overige werkte hij met krijt, pastel en olieverf. Een grote voorliefde legde hij aan de dag voor het Drentse landschap. Zandverstuivingen, heidegezichten, schapen, plaggenhutten, hij heeft er veel neergepenseeld. Bekend zijn ook zijn schilderijen van paddestoelen, die hij een stemmig rood-bruin en een helder wit-geel wist mee te geven. Keizer maakte reizen naar Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Van 1942 tot 1947 woonde hij in Gildehaus in Duitsland, waar hij werkte, woonde en verkocht. Terug in Meppel werd hij, die zich weliswaar tijdens dit verblijf politiek inactief had opgesteld, door velen gemeden. Tot zijn dood woonde hij, tamelijk teruggetrokken in zijn geboortestad. Hij was lid van “Arti et Amicitiae” in Amsterdam.


Anton Pieck verkocht


Antony Keizer verkocht


Antony Keizer verkocht


Antony Keizer verkocht


Antony Keizer verkocht

Keizer, A. Keizer, Antony Keizer 1897-1961, Keizer, Antony Keizer is geboren te Meppel  op 03.03.1897 en overleden eveneens te  Meppel op 05.06.1961
De ouders van Antony Keizer dreven een textielzaak en hadden voor hun zoon een soortgelijk toekomst voor ogen. De wens van Antony om kunstschilder te worden werd dan ook niet gehonoreerd. Een winkel in beddengoed werd de juiste oplossing gevonden voor een onbezorgd verschiet. Dat werd echter bepaald geen onverdeeld succes. Dat Keizer zijn aandacht voor het zakenleven en voor de schone kunsten nogal onevenredig verdeelde ten gunste van de laatste, had tot gevolg dat de zaak verliep. Schilderen was het enige dat tenslotte overbleef. Samen met Piet Zwiers, ook een Meppeler schilder, bezocht hij ’s zomers Giethoorn en probeerde daar iets te verdienen met de verkoop van pentekeningen aan toeristen. Ook had hij veel contact met andere Meppeler kunstenaars, als Idserda, Jannes de Vries en Torie. De laatste leerde hem hoe te aquarelleren. Voor het overige werkte hij met krijt, pastel en olieverf. Een grote voorliefde legde hij aan de dag voor het Drentse landschap. Zandverstuivingen, heidegezichten, schapen, plaggenhutten, hij heeft er veel neergepenseeld. Bekend zijn ook zijn schilderijen van paddestoelen, die hij een stemmig rood-bruin en een helder wit-geel wist mee te geven. Keizer maakte reizen naar Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Van 1942 tot 1947 woonde hij in Gildehaus in Duitsland, waar hij werkte, woonde en verkocht. Terug in Meppel werd hij, die zich weliswaar tijdens dit verblijf politiek inactief had opgesteld, door velen gemeden. Tot zijn dood woonde hij, tamelijk teruggetrokken in zijn geboortestad. Hij was lid van “Arti et Amicitiae” in Amsterdam.

Markus, A. Markus, Antoon Markus 1870-1955, Antoon Markus,
Arnhem 1870-1955 Oosterbeek. Antoon Markus wordt geboren op 7 september 1870 te Arnhem. Zijn vader was destijds eigenaar van het bekende

Boon, A.v.d.Boon, Arie van der Boon 1886-1961, Arie van der Boon (Doesburg 30.09.1886 - Rolde 24.03.1961) 

De ouders van Arie van der Boon waren niet erg ingenomen met de voorkeur die hun zoon al op jonge leeftijd duidelijk liet merken. Arie wilde niets liever dan zich aan de schone kunsten wijden. Gewoonlijk loopt zoiets goed af. Meestal leidt de volharding en de onverzettelijkheid van de kunstenaar in spe en de lijdelijkheid van ouders die zich tenslotte bij het onvermijdelijke neerleggen, er tenslotte toe dat het gestelde doel wordt bereikt. De jonge Van der Boon echter was te ongeduldig en zal ook niet het inzicht hebben gehad om op een dergelijke afloop te vertrouwen. 

Op zijn vijftiende jaar werd de spanning hem te veel en liep hij weg van huis. Na baantjes in Schiedam en Rotterdam kon hij zich in 1903 laten inschrijven aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Ook daar werd het keurslijf van een schoolse opleiding hem op den duur te veel en in 1905 verliet hij de Academie. Ondertussen had hij wel privéles genomen van Louis Willem van Soest (1867-1948). Winterlandschappen waren diens specialiteit. Later heeft Van der Boon gezegd dat Van Soest en Jan Voerman sr. (1857-1941) veel invloed op zijn werk hebben gehad. Wie de lichtbehandeling van deze schilders kent, zal deze uitspraak begrijpen bij het zien van Van der Boons in waskrijt uitgevoerde Winteravondstemming in Drenthe uit de jaren dertig.

Na zijn academietijd trok Van der Boon een tijdje berooid door België en kwam daarna in Berg en Dal bij Apeldoorn terecht. Daar schilderde hij landschappen onder leiding van *Dirk Wiggers (1866-1933). Deze had Drenthe al eens bezocht en raadde Van der Boon aan daarheen te gaan, nadat deze nog een paar jaar door Gelderland had gezworven. Zo kwam hij in 1915 in Rolde en zou daar de rest van zijn leven blijven. Er was tenslotte een zekere rust in zijn leven gekomen, die zich ook uitte in de regelmaat waarmee hij, meteen vanaf het begin elk jaar een verkoopexpositie ging houden in het café Ottens. In de beginjaren woonde Van der Boon in het tuinhuis van burgemeester Reynders. 

Na zijn huwelijk met Henriëtte E.Gratama werd er een huis met atelier gebouwd aan de Asserstraat. Sindsdien is Van der Boon zich hoofdzakelijk toe gaan leggen op het werken met waskrijt. Daarin toonde hij zich een ware meester. Tegen de heersende opvatting in dat een echte kunstschilder op zijn minst olieverfschilderijen moest maken, heeft hij altijd volgehouden dat de vaardigheid met waskrijt als een evenwaardige techniek moest worden beschouwd. Hij wist hierin een sfeer te scheppen die in de pers werd aangegeven met termen als

Knikker, A. Knikker, Aris Knikker 1887-1962, Knikker, Aris Knikker.
Haarlem 1887-1962 Den Haag 

Aris Knikker kreeg zijn opleiding aan de academie in Den Haag en bleef vrijwel zijn hele leven wonen in die stad. Aanvankelijk was hij plateelschilder bij Rozenburg, daarna ging hij over tot de vrije ongebonden schilderkunst. Zijn voorkeur lag bij landschappen, boerenerven, watergezichten en vergezichten in de trant van de Haagse School. Aris Knikker is een bekende Haagse Kunstenaar geworden, o.a. door zijn zeer sterke sfeertekening, die grote gelijkenis vertoont met het werk van J.H. Weissenbruch. Veel van het vroegere werk van Aris Knikker werd vervalst tot werk van J.H. Weissenbruch.

Aris Knikker gebruikte net als Jan Knikker jr. en sr. vaak ook het pseudoniem H. Endlich, Welter en Markestein.

Bekend Haags Kunstenaar. Schilderde voornamelijk landschappen en watergezichten in de trant van de Haagse School. Sterke sfeertekening. Zijn werk toont vaak gelijkenis met dat van J.H.Weissenbruch

Knikker, A. Knikker, Aris Knikker 1887-1962, Knikker, Aris Knikker.
Haarlem 1887-1962 Den Haag 

Aris Knikker kreeg zijn opleiding aan de academie in Den Haag en bleef vrijwel zijn hele leven wonen in die stad. Aanvankelijk was hij plateelschilder bij Rozenburg, daarna ging hij over tot de vrije ongebonden schilderkunst. Zijn voorkeur lag bij landschappen, boerenerven, watergezichten en vergezichten in de trant van de Haagse School. Aris Knikker is een bekende Haagse Kunstenaar geworden, o.a. door zijn zeer sterke sfeertekening, die grote gelijkenis vertoont met het werk van J.H. Weissenbruch. Veel van het vroegere werk van Aris Knikker werd vervalst tot werk van J.H. Weissenbruch.

Aris Knikker gebruikte net als Jan Knikker jr. en sr. vaak ook het pseudoniem H. Endlich, Welter en Markestein.

Bekend Haags Kunstenaar. Schilderde voornamelijk landschappen en watergezichten in de trant van de Haagse School. Sterke sfeertekening. Zijn werk toont vaak gelijkenis met dat van J.H.Weissenbruch


Antony Keizer verkocht


Antoon Markus verkocht


Arie van der Boon verkocht


Aris Knikker verkocht


Aris Knikker verkocht

Knikker, A. Knikker, Aris Knikker 1887-1962, Knikker, Aris Knikker.
Haarlem 1887-1962 Den Haag 

Aris Knikker kreeg zijn opleiding aan de academie in Den Haag en bleef vrijwel zijn hele leven wonen in die stad. Aanvankelijk was hij plateelschilder bij Rozenburg, daarna ging hij over tot de vrije ongebonden schilderkunst. Zijn voorkeur lag bij landschappen, boerenerven, watergezichten en vergezichten in de trant van de Haagse School. Aris Knikker is een bekende Haagse Kunstenaar geworden, o.a. door zijn zeer sterke sfeertekening, die grote gelijkenis vertoont met het werk van J.H. Weissenbruch. Veel van het vroegere werk van Aris Knikker werd vervalst tot werk van J.H. Weissenbruch.

Aris Knikker gebruikte net als Jan Knikker jr. en sr. vaak ook het pseudoniem H. Endlich, Welter en Markestein.

Bekend Haags Kunstenaar. Schilderde voornamelijk landschappen en watergezichten in de trant van de Haagse School. Sterke sfeertekening. Zijn werk toont vaak gelijkenis met dat van J.H.Weissenbruch

Heyer, A. Heyer, Artur Heyer 1872-1931, Heyer, Artur Heyer, Duits/Hongaarse kunstschilder en tekenaar is geboren op 28 februari 1872 in Haarhausen en overleden in 1931 te Budapest. Hij studeerde aan de Berliner Kunstgewerbeschule. Kreeg in 1900 het Hongaars Staatsburgerschap. Hij heeft vele boeken geïllustreerd met afbeeldingen van dieren. Schilderde landschappen, maar heeft grote bekendheid verkregen door zijn schilderijen met poezen.

Genzmer, B. Genzmer, Berthold Genzmer 1858-1927 ............................................. (1 werk op voorraad), Genzmer, Berthold Genzmer is geboren op 9 maart 1858 in Boggusch (Westpr.) en overleden in 1927.
Hij werkte in Berlijn en kreeg les van W.A. Stryowsky in Danzig (1877-1880) en doorliep de Kunstakademie in Berlijn onder leiding van K. Gussow . Hierop volgden lange studiereizen door geheel Duitsland. Vanaf 1880 tot 1892 exposeerde hij regelmatig in de

Genzmer, B. Genzmer, Berthold Genzmer 1858-1927 ............................................. (1 werk op voorraad), Genzmer, Berthold Genzmer is geboren op 9 maart 1858 in Boggusch (Westpr.) en overleden in 1927. 
Hij werkte in Berlijn en kreeg les van W.A. Stryowsky in Danzig (1877-1880) en doorliep de Kunstakademie in Berlijn onder leiding van K. Gussow . Hierop volgden lange studiereizen door geheel Duitsland. Vanaf 1880 tot 1892 exposeerde hij regelmatig in de

Bongers, B.A. Bongers, Berend A. Bongers 1866-1949, Den Haag 02.07.1866 – Delft 07.11.1949

 

Berend Adrianus Bongers was leerling van de Academie voor Beeldende Kunstenaars in Den Haag, leraar Middelbaar Onderwijs voor handtekenen. Was onder meer chef d’atelier bij de Delftse aardewerkfabriek ‘De Porceleyne Fles’.

Werd in 1899 benoemd tot tekenleraar aan de H.B.S. en aan de Avondschool te Delft. Was een der oudste bestuursleden van het genootschap ‘Pulchri Studio’ in Den Haag en was lid van ‘Arti et Amicitiae’ te Amsterdam. Woonde en werkte in Delft(ruim 33 jaar tekenleraar aldaar).

Schilderde en tekende landschappen(aanvankelijk in de trant van de Haagse School), stadsgezichten, doch later meer figuurstukken en stillevens. Gaf les aan H. Ahrens, J.L.H. Bron, L.P. Frederiks, J.S. Geerling, J. Jansen, P.C. Kramer, L. van Oel, H. Schaap, L. Scheltema, A.J.E. van Stolk.


Aris Knikker verkocht


Arthur Heyer verkocht


B. Genzmer verkocht


B. Genzmer verkocht


B.A. Bongers verkocht

Koldeweij, B.M. Koldeweij, Bernard Koldeweij 1859-1898, Koldeweij, Bernardus Marie (Bernard); geboren Dordrecht 23 november 1859 en overleden Dordrecht 17 december 1898.
Woonde en werkte in Dordrecht, tijdelijk in Antwerpen en maakte een studiereis door Italië en naar Corsica. Leerling van J.C. Vogel, R. Lary en van de Antwerpse Tekenakademie. Raadgevingen van Th. E.A. de Bock. Schilderde, aquarelleerde en tekende enkele stillevens, landschappen, haven- en riviergezichten, ook enkele figuurstukken. Gaf raadgevingen aan H.P.A. Gunneweg.
Tentoonstellingen Amsterdam, Rotterdam, Gent enz. Het Rijksmuseum Van Bilderbeek-Lamaison Dordrecht bezit een aantal werken van hem.

Houten, Barbara van Houten 1862-1950, Barbara van Houten

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


B.M. Koldeweij verkocht


Barbara van Houten verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.