Uitgebreide collectie schilderijen 19e, 20e en 21e eeuw Taxaties Restauraties In- en verkoop      


Kunstenaars Archief V tot/met Z

Wassenburg, A. Wassenburg, Arie Wassenburg 1896-1970 ................................................ ( 1 werk op voorraad), Wassenburg, Arie is geboren te Delft op 28 april 1896 en overleden in 1970.
Woonde en werkte aldaar.
Vormde zichzelf. Schilderde portretten, landschappen, stadsgezichten, stillevens enz.
Hij was lid van de vereniging voor B.K.'De Kring' te Delft.
Het Gemeentearchief van Delft heeft enkele tekeningen van hem.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.


A. Wassenburg verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.

Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Zwart, A.J.Zwart, Arie Zwart, 1903-1981 ............................................................. (3 werken op voorraad), Zwart, A.J. Zwart is geboren te Rijswijk op 30.08.1903 en overleden te Laren 
op 27.08.1981.
Toen Adrianus Johannes(Arie) Zwart te kennen gaf  schilder te willen worden, 
remden zijn ouders, die een winkel dreven, hem af. Ze bewogen hem eerst een 
opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Maar Zwart die bij 
tochten naar de Veluwezoom had gemerkt dat er veel belangstelling bestond 
voor zijn schilderijen die hij vlot verkocht, zag daarna toch kans een opleiding 
aan de Haagse Academie te volgen.
Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met 
een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, 
waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag 
de wereld open. Met de ‘De Trekschuit’ werd bijna veertig jaar(tot 1974) door 
het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloemen die 
aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerkende 
elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn 
landschappen werd meestal een overdaad aan bloemen gevonden. Zijn reizen 
naar Frankrijk en Spanje hebben hieraan ongetwijfeld bijgedragen. In 
moeilijker tijden echter, als de schilder zich depressief  voelde, werden de 
schilderijen, in overeenstemming daarmee, donkerder van kleur.
Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.
Rond 1938 kwam hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al 
snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze 
veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de 
achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, 
opklonk vanuit het Balkengat waar ‘De Trekschuit’ lag afgemeerd.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa 
Spierhuis in Laren.

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.


A.J. Zwart verkocht


A.J. Zwart verkocht


Andries Verleur verkocht


Andries Verleur verkocht


Andries Verleur verkocht

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Verleur, A. Verleur, Andries Verleur 1876-1953, Verleur, Andries Verleur is geboren te Amsterdam op 29.06.1876 en overleden te  Amersfoort op 18.12.1953

 

Andries Verleur woonde en werkte in Amsterdam, Renkum van ca. 1900 af(ca. 20 jaar), in Baarn en van 1940 af in Soest. Vormde zich vnl. zelf, was eerst decoratieschilder, kreeg naderhand leiding van W. Maris en Th.E.A. de Bock. Schilderde en tekende in de trant van de Haagse School meest landschappen met vee. Werk in Westfries Museum  te Hoorn nl.: 'Doelenveld te Hoorn'(1924) en 'De Gravenstraat te Hoorn'.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Andries Verleur verkocht


Andries Verleur verkocht


Andries Verleur verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers was born1886, in The Hague, died 1947 in Nunspeet. 
Painter of landscapes,landscape with figures,, waterscapes, urban landscapes 
and harbourscenes.
It wasonly in 1989 that the works of Viegers, a painter of typical Dutch scenes, 
appeared in the auction rooms. In 2001 a retrospective of this output was held at 
the Stedelijk Museum in Zwolle.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.

Viegers, B. Viegers, Ben Viegers 1886-1947 ............................................... (2 werken op voorraad), Viegers, Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke 
stimulator van de jonge Ben Viegers om  het kunstenaarsschap te beoefenen, 
fungeerde zijn grootvader van moederskant, grootvader Hulzing. Deze Haagse 
koetsenbouwer legde de grondslag voor een kunstopvatting, die niet losgezien 
kan worden van een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen de 
waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook daadwerkelijk 
tekenen, verf mengen, decoreren en andere vaardigheden, die later goed van 
pas bleken te komen. Schilderde in een impressionistische stijl, landschappen, 
stadsgezichten, zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen, 
stillevens en bloemen. 

Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens zijn concrete 
gegevens te vinden, die op een academische scholing wijzen. Uit zijn vroege 
werk spreken de wil en de vastberadenheid om de kneepjes van het 
veeleisende metier onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte 
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van de Haagse Kunstkring 
werd toegelaten. Hier onderhield hij contacten met later zeer bekend 
geworden kunstnaars, zoals; Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het 
meest hecht was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923). 

Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde Ben Viegers zich 
in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd pand aan de Brinkersweg, dat 
hij eigenhandig opknapte. Zijn vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef 
tot zijn dood bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was dit voor 
Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren. In Nuspeet maakte 
Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard viel vooral goed bij collega jaap 
Hiddink. De band met Jos Lussenburg was minder sterk, omdat  Ben Viegers 
deze nestor van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond. 

Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers zich in zijn 
Veluwse periode als een rasechte pleinairist en een oprechte levensgenieter. 
Hij schilderde het liefst in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds 
laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap en had een gezonde aversie 
tegen artistieke poeha. 

Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers met Jaap Hiddink 
en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne, waar hij een vleugje van 
het zuidelijke temperament en de on-Nederlandse lichtval kon ervaren. 

In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde hij een schilderij 
voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht. In 1940 vertrok hij naar Castricum 
omdat hij meende achter de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde 
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn achtertuin viel 
verhuisde hij in paniek naar Hilversum, waar hij tot mei 1943 bleef wonen. 
Daarna keerde hij terug naar Nunspeet. 

Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en gangbaar beschouwd, al 
riep zijn temperamentvolle pallet soms tegenstrijdige maar nooit heftige 
reacties op. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid 
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in zijn gewaagde 
kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde hij zich zeker van de 
middelmaat. Het oordeel van critici over zijn werk was wisselend, maar bijna 
altijd mild en opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij zich 
goed staande tussen een leger van hemelbestormers. Tijdens het interbellum 
raasden er zware stormen door de kunstwereld die het voorheen zo degelijke 
stelsel van normen en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. 
Viegers werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht. Zowel in 
zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield hij contacten met 
collega’s die er andere ideeën op na hielden. Op de een of andere manier 
werd het heilige vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers ging 
zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen kunnen, zonder zich 
voor te laten staan op zijn kwaliteiten en zonder zijn gelijk ten opzichte van 
anderen te willen bewijzen. 

Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten deel gevallen. Na zijn 
overlijden ontstond er een langdurige windstilte. Mede dankzij de 
inspanningen in de vorm van tentoonstellingen en publicaties kwam de 
herwaardering voor het werk van Viegers in de jaren negentig  op gang. De 
noodzakelijke distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief mogelijk 
maakt, was toen een hard gegeven en stond niets de revival meer in de weg. 
Saillant detail is dat enkelen van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van 
Leeuwen, Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven nog 
leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu minder kleurrijk en 
minder prominent op de kunsthistorische staalkaart staan vermeld. De tijd heelt 
niet alleen alle wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die dat 
uiteindelijk het meest blijken te verdienen. 

De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels in brede kring erkent. 
De kunstenaar vertaalde het enthousiasme over zijn waarnemingen in 
kleurrijke impressies. Hij volgde zijn persoonlijke landschapsbeleving en 
afhankelijk van stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid. 
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel vroeg,, dan gaf hij 
daar in volle overtuiging aan toe. Die eigenschappen zijn des te opmerkelijker 
omdat de kunstenaar de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit 
persoonlijk onderging.  Hij schilderde graag en veel in de buitenlucht, 
onderging de landschappen en stadsgezichten aan den lijve en liet zijn 
stemming oprecht meespreken in de artistieke verwerking van de opgedane 
indrukken. Waar dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig 
expressionistische accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen 
zodoende een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur waren 
voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke aspecten van het 
kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering en trefzekere schilderstrant.


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht


Ben Viegers verkocht